Plaatje bij het artikel van ODBS 't Heem

ODBS 't Heem staat voor:

  • Meervoudige Intelligentie
  • Dalton
  • Werkeilanden
  • Groepsdoorbrekend werken

Vrijheid & verantwoordelijkheid

Binnen het daltononderwijs betekent vrijheid beslist niet dat een kind maar zelf mag weten wat het binnen de school doet. Nee, het gaat er bijvoorbeeld om dat het kind een opdracht of een aantal opdrachten krijgt, die het onder zijn eigen verantwoording uitvoert. De vrijheid van het kind bestaat eruit dat het zelf bepaalt in welke volgorde de opdrachten worden uitgevoerd, welke tijd eraan wordt besteed, hoe het dat organiseert en op welke manier het wordt uitgevoerd.
De vrijheid op een daltonschool gaat altijd samen met duidelijke regels. De belangrijkste daarvan is dat je anderen niet mag storen en dat je er verantwoordelijk voor bent goed werk af te leveren. De rol van de leerkracht is, dat deze de kinderen stimuleert zich verantwoordelijk te voelen. Daarnaast is hij het vangnet voor het kind, zorgt hij voor de benodigde structuur en bewaakt hij de grenzen van de vrijheid.

Daltonscholen hebben vertrouwen in de kinderen. Ze vertrouwen er bijvoorbeeld op dat kinderen willen leren, dat ze goede keuzes kunnen maken, dat ze kunnen samenwerken en kunnen organiseren. Dat betekent voor de school, dat je kinderen serieus neemt en ze dat vertrouwen moet schenken. Als je kinderen vertrouwt, dan volgt daar automatisch uit dat je ze verantwoordelijkheid moet durven geven. Dit is een belangrijk element in het opgroeien van het kind.
We willen het kind leren verantwoordelijkheid te nemen voor bijvoorbeeld (een deel van ) het eigen leren, voor de schoolomgeving, voor de medeleerlingen en uiteindelijk zelfs voor de maatschappij. Daltononderwijs wil kinderen uiteindelijk opvoeden tot positieve, democratische, verantwoordelijke medeburgers.

De Taak

Eén van de kenmerkendste elementen van het daltononderwijs is het werken met de taak. Daarbij gaat het er ook om dat je als kind leert je werk goed te plannen. Voor de planning die je maakt, ben je zelf verantwoordelijk. Als je de ene dag wat minder productief bent geweest, dan is het wel jouw eigen verantwoordelijkheid om dat, bijvoorbeeld de volgende dag, goed te maken. Ook hier heeft de leerkracht een begeleidende en ondersteunende rol.
Een taak bestaat uit een aantal opdrachten die de kinderen zelfstandig moeten kunnen maken. Als de kinderen werken aan de taak, dan werken ze niet allemaal tegelijk aan hetzelfde. Het ene kind begint met de rekenopdracht, de ander heeft met zijn maatje afgesproken samen de spelling te oefenen en weer een ander gaat bezig met zijn geschiedeniswerkstuk.
De leerniveaus van kinderen lopen uiteen. Daar wordt op ingespeeld door gedifferentieerde taken te geven. Wie wat meer aankan krijgt bijvoorbeeld een moeilijke opdracht extra en wie niet zo snel werkt hoeft een paar sommen minder te maken. Ieder kind krijgt op deze manier een passende taak.
De kleuters werken met verplichte taken en keuzetaken op het planbord. Op maandag start de Daltonweek en plannen de kinderen de taken voor de hele week in. Om de kinderen te ondersteunen structureren we vanaf groep 1 de week met dagkleuren. Deze dagkleuren worden door de gehele school gebruikt.

Maandag: geel
Dinsdag: rood
Woensdag: roze
Donderdag paars
Vrijdag: blauw
Zaterdag en zondag: groen

Door middel van magneetjes in de dagkleur plannen de kinderen in groep 1 en 2 de taken. Wanneer de taak afgerond is, plaatsen de kinderen een tweede magneetje. De hoeveelheid taken wordt opgebouwd van starten met één taak begin groep 1 en eindigend met drie taken eind groep 2 (zie bijlage 3). Als de kinderen klaar zijn met de taak of die dag geen taak hebben gepland, kiezen de kinderen een keuzeactiviteit van het planbord.

Groep 3 werkt het eerste gedeelte van het jaar met het planbord. De kinderen plannen de taken per dag in door middel van magneetjes in de dagkleur met een cijfer erop. Wanneer ze klaar zijn met de eerste taak, hangen de kinderen er een magneetje in de dagkleur met een krul achter om vervolgens verder te gaan met de tweede geplande taak. Als de kinderen de dagtaken hebben afgerond, kiezen ze een keuzetaak van het planbord. In de tweede helft van het schooljaar werkt groep 3 met een dagtaak op papier (zie bijlage 3). De dagtaak wordt ook in groep 4 gebruikt. De kinderen plannen elke dag opnieuw.

Groep 5, 6, 7 en 8 werken met een weektaak. De kinderen plannen op maandag het werk voor de hele week.
Op het taakblad staat aangegeven wat de instructielessen, zelfstandige en samenwerkingsopdrachten zijn. De samenwerkingsopdrachten plannen de leerlingen samen met hun maatje in.
Op de achterkant van het taakblad staat vermeld met welke thema er wordt gewerkt en is er een evaluatieonderdeel voor de leerling, leerkracht en ouders. Het taakblad wordt ondertekend en ingevuld door leerling en leerkracht en gaat mee naar huis. Wanneer de ouders dit hebben ingevuld en ondertekend gaat het taakblad terug naar school. Op deze manier kan het taakblad tevens als communicatiemiddel worden gebruikt.
De kinderen in groep 1, 2 en 3 werken standaard met keuzetaken als de verplichte taken zijn afgerond. De keuzetaken zijn educatief van karakter, passend bij de leeftijd en ontwikkelingsfase van de kinderen. Ze kunnen aansluiten bij de lessen die op de ochtend gegeven worden of sluiten aan bij het thema.
Vanaf groep 4 wordt er met een passende taak gewerkt. De leerkracht weet welk kind meer of minder aankan. De kinderen waarvan de leerkracht weet dat ze tijd over zullen houden aan het eind van de week, wordt de zogenaamde wit-regel toegevoegd. De leerling bepaalt zelf welke educatieve taak hij hier invult en plant het in. Deze taak wordt dus niet pas gemaakt als de andere taken af zijn, maar is onderdeel van de weektaak.

Dagritme en weekplanning

Om de week nog meer te structuren wordt er naast de dagkleuren gebruik gemaakt van dagritmekaarten en een weekplanning.
De kleutergroepen en groep 3 maken gebruik van dagritmekaarten (zie bijlage 4). De kinderen overzien op deze manier welke activiteiten die dag plaatsvinden en het zorgt voor betrokkenheid van de kinderen.
Vanaf groep 4 wordt er gebruik gemaakt van een weekrooster op een planbord. Het planbord hangt op een duidelijk zichtbare plek in de klas. Hierop staan alle instructielessen die de leerlingen krijgen. De witte vakken geven aan wanneer de kinderen zelfstandig kunnen werken, deze informatie hebben zij nodig om hun taakwerk goed te kunnen plannen. De leerkracht vult bij de witte vakken in wanneer er extra hulp wordt geboden of handelingsplannen zijn (zie bijlage 4). De leerlingen kunnen ook zelf aangeven of zij extra instructie willen krijgen.

Werkplekken buiten de klas

De kinderen mogen zelf de werkplek kiezen en zijn verantwoordelijk voor de manier van werken passend bij de werkplek en stoplichtkleur. Op de gang kan 's ochtends samengewerkt worden, dit wordt aangegeven door het oranje stoplicht. In de klas kan gewerkt worden met het rode stoplicht, maar dit kan ook een andere kleur zijn, afhankelijk van leerkracht en kinderen (zie bijlage 5).

Groepsdoorbrekend werken

Wij vinden het een goede zaak dat binnen het onderwijs veel gedaan wordt aan het verminderen van achterstanden, maar aandacht voor het uitbouwen van een voorsprong mag niet worden vergeten. Binnen ons schoolconcept is er aandacht voor beide aspecten. Juist doordat we groepsdoorbrekend werken, werkt ieder kind op zijn of haar eigen niveau. Als een niveau bereikt is, gaat het kind verder. Door tussentijds vooruit te toetsen en deze resultaten vast te leggen in het leerlingvolgsysteem, zorgen wij er voor dat ieder kind op zijn of haar niveau blijft werken.

Nakijken

Door de kinderen zelf te laten nakijken, kan het kind meteen zien hoe het de les gemaakt heeft, correctiefeedback. Tevens zal het kind zich gaan afvragen waarom het fout is. Daarnaast geeft het de kinderen inzicht in welke lesstof ze goed beheersen en bij welke ze ondersteuning nodig hebben.
De kleuters maken spelenderwijs kennis met nakijken door middel van zelfcorrigerend materiaal. Dit materiaal is ook terug te vinden in de hogere groepen. In groep 3 en 4 wordt een begin gemaakt met het zelfstandig nakijken. De kinderen kijken vanaf groep 5 kijken rekenen en spelling, voor zover mogelijk, zelf na (zie bijlage 6).
De leerkracht begeleidt de kinderen in het leerproces van nakijken. De kinderen willen het liefst zoveel mogelijk goed hebben en veel krullen zetten. Ze moeten leren dat er zelf nagekeken wordt om te leren.

Projectgroep

Een aantal jaren geleden is gestart met een projectgroep, geleid door twee intern opgeleide leerkrachten. De projectgroep bestaat uit leerlingen van de vier openbare scholen binnen de gemeente Hellendoorn. In deze projectgroep wordt van zowel de leerkrachten, als van de leerlingen daadwerkelijk resultaat verwacht. De doelstelling is dat de uitgevoerde activiteiten in deze projectgroep invloed moeten hebben op de ontwikkeling, en daarmee de prestaties (nu en in de toekomst) van de leerlingen . Er is beleid ontwikkeld om ook andere leerkrachten in de school verantwoordelijk te maken voor datgene wat zich ontwikkelt in de projectgroep. Hierdoor raken steeds meer leerkrachten enthousiast over deze werkwijze. Er worden verschillende informatiebijeenkomsten en studieavonden georganiseerd.

De resultaten van de projectgroep worden jaarlijks geëvalueerd met de talentvolle leerlingen, de betrokken leerkrachten en halfjaarlijks met de ouders van de talentvolle leerlingen. Deze evaluaties laten een positief beeld zien. Enkele resultaten zijn dat leerlingen steeds minder tot geen problemen meer ervaren met het reguliere programma; ze werken er sneller doorheen en komen daarmee eerder toe aan extra werkzaamheden. Daarnaast sluiten de extra werkzaamheden vanuit de projectgroep goed aan bij de leerling en worden als plezierig ervaren; leerlingen zijn erg gemotiveerd ermee te werken. Ook vertonen leerlingen minder vaak gedragsproblemen. Ze kunnen beter omgaan met tegenslagen en leren daarin zelf te handelen en een oplossing te zoeken. En ten slotte blijkt dat kinderen met meer plezier naar school gaan .

Belangrijk neveneffect van deze projectgroep is, dat leerkrachten beter samenwerken met ouders in de begeleiding van de leerlingen. Ouders worden nadrukkelijk een partner in de begeleiding van het kind, waarbij de leerkracht als professional moest optreden en de ouders en de leerling moet begeleiden in dit proces van groei. Daarnaast blijkt dat talentvolle leerlingen eigenlijk al in de onderbouw met dit onderwijsprogramma aan het werk zouden moeten gaan, om zo vroeg mogelijk een optimale ontwikkeling van talentvolle leerlingen te stimuleren. Dit creëert een duidelijke ontwikkelbehoefte bij zowel de scholen als onderwijsinstelling, als bij de leerkrachten als professional. Reden om zowel voor de onderbouw- als de bovenbouwgroepen een aparte groep te starten.

De communicatie verloopt voor ouders en leerkrachten via nieuwsbrieven en twee keer per jaar een persoonlijk ontmoetingsmoment. Deelname aan de projectgroep kent een aantal criteria waaraan moet worden voldaan om deel te kunnen nemen.Vrijheid & Verantwoordelijkheid

Deel deze pagina: